Braziliaanse vlag - Club BetCity - Extra

De 6 beste Brazilianen in de geschiedenis van Barcelona

Gepubliceerd: 11-10-2026 • Leestijd: 10 min

Braziliaanse spelers bepaalden het Catalaanse imago van creativiteit en techniek bij Barcelona; momenteel is Raphinha de meest beslissende speler.

Op Club BetCity bieden wij iets unieks aan. Dit vindt je namelijk nergens anders in Nederland. Journalistieke content, geschreven door experts van onder andere L'Equipe, The Athletic en Trivela. Natuurlijk bieden wij deze content voor Slimme Spelers aan!

De aanvaller schrijft geschiedenis bij de Culés door als eerste landgenoot de aanvoerdersband te dragen. Onlangs stelde de Spaanse journalist Raúl Varela nog dat hij "op het punt staat de beste Braziliaan te worden" die ooit de blauw-paarse clubkleuren heeft verdedigd.

Nu een contractverlenging tot 2030 in de maak is, zal de vleugelspeler — mits hij de verbintenis uitzit — acht jaar in Catalonië volmaken. Daarmee mag hij hopen een van de Brazilianen met de meeste duels voor de club te worden; hij staat momenteel op 185 optredens, terwijl Daniel Alves koploper is met 408 wedstrijden. Na al drie landstitels in La Liga te hebben gewonnen, aast hij nu ook op de Champions League. En als hij het niveau van het seizoensbegin weet vast te houden — met veertien doelpunten in acht wedstrijden —, waarom zou hij dan niet mikken op de titel van beste speler ter wereld?

Het punt is echter dat het op dit moment nog te vroeg is om Raphinha uit te roepen tot de beste Barça-Braziliaan aller tijden. Niet omdat hij niet tot de groten behoort, maar vanwege de enorme concurrentie en de historische impact die verder reikt dan louter prestaties op het veld. Trivela zet de zes grootste Brazilianen uit de geschiedenis van Barcelona op een rij.

Wie zijn de grootste Brazilianen uit de geschiedenis van Barcelona?

6. Ronaldo Fenômeno

Hier vinden we een van de drie Brazilianen die in Catalonië werden verkozen tot beste speler ter wereld. Slechts één seizoen had O Fenômeno bij Barcelona nodig om zich tussen de grootste spelers uit Brazilië te scharen die ooit het Blaugrana-tricot droegen. In 1996/97 deed een jonge Ronaldo Nazário, destijds nog zonder knieproblemen, werkelijk wonderen.

Hij kwam tot 47 doelpunten en 13 assists in 49 wedstrijden. Het waren flitsende rushes, schaarbewegingen, magische dribbels, talloze kansloze doelmannen en acties die nog altijd in het collectieve geheugen van menig voetballiefhebber gegrift staan. Op individueel vlak was het een van de meest indrukwekkende seizoenen die een atleet ooit heeft neergezet.

De bescheiden prijzenoogst (de Copa del Rey, de Spaanse Supercup en de inmiddels opgeheven Europacup II) deed niets af aan zijn individuele prestaties. De Braziliaan sloot het jaar af met de Gouden Schoen, dankzij 34 treffers in de Spaanse competitie alleen al, en won de Ballon d'Or als beste speler ter wereld, tot op de dag van vandaag de jongste ooit, met amper 21 jaar, 3 maanden en 5 dagen.

Zijn verblijf, dat nog veel legendarischer had kunnen worden, duurde slechts één jaar. Hij verruilde Barça voor Internazionale, een transfer van een destijds recordbedrag van 24 miljoen euro.

5. Romário

"O Baixinho" (Het Kleintje) kende anderhalf intense jaren in Barcelona. Het was een periode vol doelpunten, memorabele acties en zelfs folkloristische anekdotes. Zo zou trainer Johan Cruijff hem toestemming hebben gegeven om carnaval te gaan vieren nadat hij in de eerste helft al twee of drie keer had gescoord — een verhaal dat door zowel speler als trainer werd verteld, al ontbreekt het historisch bewijs in de wedstrijdverslagen.

Romário streek neer in het seizoen 1993/94 als het ontbrekende puzzelstukje om Barça opnieuw de Champions League te laten winnen. Dat lukte bijna: hij leidde het team naar de Europese finale, maar daarin werd de ploeg met 4-0 verpletterd door AC Milan. In de Spaanse competitie kende de spits daarentegen louter succes.

Als topscorer met 30 doelpunten reeg de Braziliaan de historische optredens aaneen. De rivalen uit Madrid kunnen erover meepraten: Real kreeg een hattrick om de oren, inclusief een wereldgoal na een weergaloze passeerbeweging ("cola de vaca"), waar Rafael Alkorta nog altijd duizelig van is. Ook Atlético Madrid moest in zowel de heen- en terugwedstrijd drie treffers van de Braziliaanse spits incasseren.

Het was de ideale opwarming voor het WK van 1994, waar de Braziliaan opnieuw de hoofdrol opeiste, de wereldtitel veroverde en het seizoen uiteindelijk bekroonde als FIFA Wereldvoetballer van het Jaar. Destijds was de Gouden Bal nog voorbehouden aan Europeanen, maar bij een herziening in 2014 werd hij alsnog met terugwerkende kracht erkend.

Na het behalen van zijn vierde wereldtitel met de Seleção bleef de aanvaller nog maar tot januari 1995 bij Barça, waarna hij terugkeerde naar Flamengo.

4. Rivaldo

Vanaf medio 1997 bouwde Rivaldo, binnengehaald als de opvolger van Ronaldo, aan een schitterend traject van vijf seizoenen bij de Blaugranas. Met 130 doelpunten is hij de Braziliaanse topscorer aller tijden van de club en staat hij tweede qua aantal gespeelde wedstrijden (235). Hoewel Romário en Ronaldo in de ogen van de Barça-aanhang wellicht magischer waren, bleek de man uit Pernambuco constanter en loyaler over een langere periode.

Bij Barça bracht hij zijn carrière op een heel ander niveau. Hij groeide uit tot een van de beste spelers ter wereld en veroverde een welverdiende plaats in het Braziliaanse elftal, wat uiteindelijk leidde tot de wereldtitel in 2002.

De spelmaker won in zijn eerste twee seizoenen bij de club meteen La Liga. In het seizoen 1998/99 legde hij, met 35 doelpunten en 23 assists, mede dankzij zijn doorslaggevende rol in het kampioenschap en de winst van de Copa América met Brazilië, beslag op zowel de prijs voor FIFA Wereldvoetballer van het Jaar als de Gouden Bal.

Hoewel er daarna geen individuele prijzen of landstitels meer volgden, bleef Rivaldo tot 2002 geschiedenis schrijven. Het seizoen 2000/01 was het meest productieve uit zijn hele loopbaan, met 36 treffers, waaronder de iconische omhaal waarmee hij een hattrick voltooide tegen Valencia en op het nippertje een ticket voor de Champions League veiligstelde. Dat moment illustreert perfect de grootsheid van de spelmaker in Catalonië.

promotional image

Ben je nieuw bij BetCity? Maak dan een transfertje naar ons en profiteer van een welkomstbonus naar keuze: €50 aan Free Bets, 200 Free Spins of €250 aan bonusgeld

3. Evaristo de Macedo

De hechte band tussen Barcelona en Brazilië begon met Evaristo de Macedo. Hij was weliswaar niet de allereerste Braziliaan in het shirt van de club (dat was Fausto dos Santos in 1931), maar hij luidde definitief het tijdperk van 'groen-geel' succes in Catalonië in.

De aanvaller kwam in 1957 over van Flamengo en schitterde in elk van zijn vijf seizoenen bij Barça, waarin hij telkens goed was voor minstens 17 doelpunten. In totaal scoorde hij 105 keer in 148 officiële wedstrijden — een buitengewoon hoog gemiddelde — en pakte hij vijf belangrijke prijzen: tweemaal het Spaans kampioenschap, tweemaal de voormalige Jaarbeursstedenbeker en een Copa del Generalísimo (de huidige Copa del Rey).

Evaristo stamt uit een ander tijdperk, maar is een groot clubicoon dat supporters vooral koesteren vanwege één historisch moment.

In de achtste finales van de Europacup I, de voorloper van de Champions League, in het seizoen 1960/61 scoorde hij de treffer waarmee aartsrivaal Real Madrid werd uitgeschakeld. De Madrilenen hadden het toernooi vijf keer op rij gewonnen en waren tot dan toe nog nooit uitgeschakeld.

Totdat ze de Braziliaan tegenkwamen, die vervolgens ook doel trof in de kwartfinale (een keer tegen Hradec Králové) en in de halve finale (tweemaal tegen Hamburger SV). In de allereerste finale uit de clubgeschiedenis van Barça trok het Benfica van trainer Béla Guttmann en spelmaker Mário Coluna echter aan het langste eind, en daarmee pakte het de eerste van twee opeenvolgende Europese titels.

— Ik paste me snel aan in Catalonië, omdat ik geweldig werd ontvangen door de club, mijn teamgenoten en de supporters — vertelde de oud-speler in mei van dit jaar aan Trivela.

Ironisch genoeg stapte Evaristo in 1962 over naar Real Madrid, nadat hij had geweigerd zich te laten naturaliseren tot Spanjaard. In de Spaanse hoofdstad won hij in twee jaar tijd nog twee landstitels, maar vanwege fysieke ongemakken kwam hij tot slechts 19 wedstrijden.

2. Neymar

Hoewel hij in zijn vier seizoenen bij Barcelona noch de beste speler ter wereld, noch het absolute middelpunt van het team was, drukte Neymar zijn stempel op een hele generatie. De Braziliaanse baltovenaar vormde samen met Lionel Messi en Luis Suárez een legendarische voorhoede die haar hoogtepunt beleefde in 2015, toen de club de treble won.

De nummer 11 bleef echter geenszins in de schaduw van het Argentijnse genie staan. Door magische passeerbewegingen te combineren met een enorme doelgerichtheid eiste Ney regelmatig de hoofdrol op. In de succesvolle Champions League-campagne, tot op heden de laatste voor de Catalanen, scoorde hij alleen al zeven keer in de knock-outfase, onder meer in de finale tegen Juventus.

In de achtste finales van de Champions League 2016/17 volgde het ultieme bewijs dat Neymar klaarstond om de kar te trekken als Messi niet thuisgaf. Nadat de heenwedstrijd met 4-0 was verloren gegaan tegen PSG, nam de Braziliaan het elftal in de return bij de hand.

Camp Nou was getuige van waarschijnlijk de beste wedstrijd uit zijn loopbaan. Hij versierde een strafschop en benutte die zelf, krulde een fabelachtige vrije trap binnen en legde de bal op het hoofd van Sergi Roberto voor de meest memorabele comeback uit de geschiedenis van het toernooi: 6-1.

Daags na die miraculeuze kwalificatie sierde de grootste Braziliaanse ster van deze generatie echter niet de voorpagina's. Alle lof ging naar Messi, die juist een bescheidener aandeel had, met slechts één benutte penalty en 40 balcontacten minder dan Neymar.

Velen zien dit als de voornaamste reden waarom de speler enkele maanden later besloot naar PSG te vertrekken, wat een einde maakte aan zijn Catalaanse tijdperk. De carrière van Neymar verwerd daardoor tot een eeuwig 'wat als?'-verhaal over hoe het had kunnen lopen als hij bij Barça was gebleven. Want hoewel hij in Frankrijk zijn technische top bereikte, zette daar ook zijn fysieke neergang in.

1. Ronaldinho Gaúcho

Het zal bijzonder lastig worden voor wie dan ook om 'de Tovenaar' van zijn troon te stoten. Ronaldinho Gaúcho tekende in een heel andere tijd bij Barcelona. We schrijven 2003. De club verkeerde in een diepe financiële en bestuurlijke crisis, zat al vier jaar zonder prijzen en deed discutabele aankopen, terwijl aartsrivaal Real Madrid floreerde in het Galáctico-tijdperk. De enige Champions League-winst van Barça dateerde alweer van 1992.

Vijf jaar met R10 veranderde alles. De Braziliaanse balvirtuoos bracht magie, glans, plezier en bovenal de prijzen terug naar Catalonië. Panna's, elastico's, 'sombrero's' en fabelachtige passeerbewegingen: Spanje had nog nooit zo'n arsenaal aan schijnbewegingen bij één speler gezien. Elk weekend veranderde Camp Nou in een theater voor een schouwspel dat nog altijd in het geheugen van miljoenen voetbalfans gegrift staat.

Het jeugdproduct van Grêmio teerde niet alleen op trucs. Zijn meest memorabele moment beleefde hij juist als doelpuntenmaker: in 2005 scoorde hij twee magistrale doelpunten in het hol van de leeuw, het Santiago Bernabéu, wat hem een staande ovatie van de fans van Real Madrid opleverde. Bij een van die treffers liet hij tegenstanders vertwijfeld op het veld achter, voordat hij koelbloedig binnenschoot. In totaal trof hij 105 keer doel, waarmee hij samen met Evaristo de op één na meest trefzekere Braziliaan voor de club is.

Je kunt gerust stellen dat Barcelona vandaag de dag niet zou zijn wat het is zonder Ronaldinho en zijn toenmalige ploeggenoten, inclusief Frank Rijkaard, die de gehele periode zijn trainer was. Mede daarom is hij voor altijd de grootste Braziliaan uit de geschiedenis van de Culés.

Bron: Trivela

Promoties
Bekijk alle
5 WEKEN LANG IEDERE DAG EEN GRATIS PROMOTIE
TOT 100X JE INZET BIJ JE EERSTE STORTING
MAAK GRATIS KANS OP €100.000